Implantaten

Implantaten

Bij een brug wordt een ontbrekende tand/kies vastgemaakt aan naburige tanden of kiezen. Soms zijn er geen geschikte eigen tanden of kiezen die als steun kunnen dienen. Dan kan er een kunstwortel in de kaak worden geplaatst, een implantaat.

Bij een kunstgebit kan het ook zijn dat er onvoldoende kaakbot is om het kunstgebit voldoende houvast te geven. In dat geval kan een kliksysteem met een kunstwortel, een implantaat, gemaakt worden.

Een implantaat is een kunstwortel en ziet er meestal uit als een soort schroef die is gemaakt van titanium, een lichaamsvriendelijk materiaal. Een titanium implantaat vormt letterlijk een sterke basis voor een kroon, brug, of kunstgebit.

De ingreep wordt voorbereid met een onderzoek van het kaakbot met röntgenfoto’s of scans. Als er een goede plaats voor het implantaat is gevonden, wordt via een snee in het tandvlees een gat gemaakt in het bot. Daar wordt het implantaat in geschroefd. Vervolgens wordt het tandvlees gehecht. Een implantaat kan eventueel ook een voortand vervangen.

Na de operatie

De eerste dagen na de operatie moet u erg voorzichtig zijn met het implantaat. Raak het niet aan en eet zacht voedsel. Een implantaat heeft 3 maanden tot een half jaar nodig om stevig vast te groeien. Tot die tijd mag het implantaat absoluut niet worden belast. Als u een implantaat heeft gekregen is een goede mondhygiëne extra belangrijk. Nadat het implantaat volledig is genezen, kan het worden gebruikt om een tand of kies te vervangen. Er kan een porseleinen kroon of brug op worden gezet waarmee één of meerdere kiezen vervangen worden. Er kan ook een steunpunt voor een kunstgebit op worden gemaakt.