Vullingen

Cariës / ‘Gaatje’

Cariës is het verzachten van tandweefsel door demineralisatie. De demineralisatie treedt op onder invloed van zuren die worden uitgescheiden door bacteriën. Bacteriën produceren deze zuren uit suikers in de voeding. Deze bacteriën bevinden zich in tandplaque.

Om cariës te voorkomen is het belangrijk de tandplaque goed te verwijderen, door de tanden te poetsen en stokers of ragers te gebruiken tussen de tanden. Daarnaast is het advies vanuit het Ivoren Kruis om niet meer dan 7 eet- of drinkmomenten te hebben op een dag. 

Een cariëslaesie begint in de buitenste laag van de tand, het glazuur, en breidt zich daarna uit tot in het dentine/tandbeen. Dit kan (pijn)klachten geven. Wanneer de cariës de zenuwkamer en zenuwkanalen bereikt kan dit pijnklachten veroorzaken en leiden tot een ontsteking.

Vullingen

Om de tand te herstellen en te beschermen moeten de aangetaste delen worden verwijderd en vervangen door een vulling. Als het tandbederf of de oude vulling is verwijderd en de kies schoon en droog is, wordt de kies eerst geëtst om het oppervlak waarop de nieuwe vulling komt, ruw te maken zodat het beter hecht. Dan wordt er een speciale lijmlaag gelegd waarop de vulling in laagjes wordt opgebouwd. Tussendoor wordt het vulmateriaal uitgehard en tot slot wordt de vulling wordt mooi afgewerkt met een boortje.

Witte vulling

In het verleden werd voor deze vullingen amalgaam gebruikt, dat een zilverachtige kleur heeft. In onze praktijk gebruiken we alleen nog composiet, een kunsthars in de kleur van uw eigen tand of kies (“witte vullingen”).